Het woord ‘Communio’ is in het Nederlandse taalgebied geen heel bekend woord. Doordat het Nederlandse woord ‘gemeenschap’ een heel andere wortel heeft, roept het Latijnse woord nauwelijks herkenning op. Mensen zullen het waarschijnlijk vooral in verband brengen met een kerkelijke context, aangezien het bijna gelijkluidende woord ‘communie’ in katholieke kringen wel weer heel bekend is als synoniem voor de heilige hostie.
Voor hen die met theologie vertrouwd zijn ligt het anders. In mijn herinnering wist tijdens de theologie-studie de docent ecclesiologie duidelijk te maken dat het in het Tweede Vaticaanse Concilie eigenlijk alleen maar om ‘communio’ draaide. De Kerk moest worden verstaan als een gemeenschap, als een ‘communio’, onder tal van verschillende gezichtspunten. De tijd na het concilie in Nederland was daarentegen een tijd van grote polarisatie. Ondanks de opdracht van het concilie om de Kerk als gemeenschap te verstaan, was het vooral een tijd van strijd tussen hen die een vermeende vernieuwingsgezinde geest wilden promoten en hen die juist met alle macht wilden vasthouden aan een traditionele geloofsbeleving. In Nederland heeft dat nog lang doorgewerkt, terwijl in België - met een ander tijdspad - hetzelfde gebeurt. Het is in deze tijd van polemiek dat Communio in 1976 ook in het Nederlandse taalgebied verscheen. Tegen de achtergrond van de ‘communio’ als sleutelwoord bij het Tweede Vaticaanse Concilie, is het interessant dat dit tijdschrift juist als tegenhanger van ‘Concilium’ werd opgericht. Daar zou men een zekere ironie in kunnen zien.
Juist nu de tijd waarin wij ons op dit moment bevinden een heel andere is dan die van de oprichting, blijkt hoe tijdloos de idee van de oprichters van het internationaal katholiek tijdschrift Communio eigenlijk was. Het maken van een verbinding tussen geloof en cultuur, op een wijze die recht doet aan een kerkelijke geloofsbeleving, is ook vandaag de dag nog zeer actueel. Misschien nu wel meer dan ooit is het noodzakelijk dat de wortels en de betekenis worden geduid van een cultuur die onmiskenbaar een christelijke oorsprong heeft. Het begrip ervan is tegenwoordig ver weggezakt, waardoor de christelijke wortels spontaan nauwelijks nog worden begrepen. Hier wil het tijdschrift Communio een handleiding zijn en een brug tussen de uitingen van cultuur en een gelovig leven. In het Nederlandse taalgebied wordt al een paar jaar flink gediscussieerd over de vraag wat de rol en de waarde is van het zogenoemde ‘cultuurchristendom’. Vooral in de oorspronkelijk katholieke streken van Nederland en in Vlaanderen zijn er veel banden met de Kerk en zijn er veel momenten waarop ook verder niet zo gelovige mensen toch in aanraking komen met kerkelijk leven. De vraag is dan of dit moet worden gekoesterd, of juist los moet worden gelaten. Terwijl een antwoord niet gemakkelijk te geven is, blijkt op deze momenten de noodzaak om de verbinding met het geloof opnieuw te leggen. Aan de cultuur kan de mens nooit ontsnappen. Hij ‘is’ in zekere zin cultuur. De noodzaak bestaat erin om deze cultuur weer te duiden in de oorspronkelijke context, namelijk het christendom of het katholieke geloof. Vrijwel alle publicaties van het tijdschrift Communio hebben dit als impliciet of expliciet doel.
Het doel van de oprichters van Communio is daarmee dus nog steeds zeer actueel. Vijftig jaar later blijkt dit doel tegelijkertijd ook een zekere ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Het gaat niet meer alleen maar om een verbinding tussen geloof en cultuur. Inmiddels wordt in Nederland in het publieke debat af en toe de vraag gesteld of er in de openbaarheid wel plaats is voor uitingen van geloof. Terwijl een strikte scheiding tussen het persoonlijke gelovig leven en een seculiere samenleving in andere landen al onomstreden is, gold in de Nederlandse context altijd nog een zekere vanzelfsprekendheid van een aanwezige christelijke cultuur, waarbij de Kerk ook af en toe expliciet zichtbaar mag worden. Inmiddels wordt dat dus steeds meer bediscussieerd. Dat heeft weliswaar vooral te maken met allerlei uitwassen die niet gerelateerd zijn aan het christendom, maar tegelijkertijd is ook helder dat er nieuwe brug nodig is. Het is noodzakelijk geworden om een verbinding te zoeken tussen geloof en de samenleving als zodanig. Zonder de verbinding tussen geloof en cultuur op te geven, blijkt het noodzakelijk om ook de samenleving als geheel te betrekken in deze verbinding om tot een echte gemeenschap, een echte ‘Communio’ te komen. Het geloof is immers niet zomaar een extra laag die naar believen wordt toegevoegd aan het leven. We geloven dat het leren kennen van de mensgeworden God relevant is voor ieder mens. Dat was toentertijd ook uitgangspunt van het Tweede Vaticaans Concilie, dat Christus als licht voor alle volken centraal stelde. Overigens werd daarbij ook al duidelijk een verbinding gelegd met de mensen die anders tegen het geloof in God en tegen de Kerk aankeken. Het concilie werd tot een expliciete markering van het besef dat Gods heil voor alle mensen bedoeld is.
Op deze wijze wordt ‘communio’ tegelijkertijd een gave en een uitdaging. Voor wat betreft het gave-karakter kunnen we God slechts danken voor zijn overgrote goedheid. Hij schenkt zijn genade niet alleen aan een select gezelschap, zoals paus Franciscus ook graag en vaak benadrukt. Voor wat betreft de uitdaging, mogen we onszelf in onze taak binnen het tijdschrift Communio zien als verbinders: allereerst binnen de gemeenschap van de Kerk, maar ook als verbinders met de cultuur. Deze verbinding is tegelijkertijd tot een brug geworden naar de samenleving als zodanig.
Het tijdschrift is ook in een tijd dat de Kerk in Europa veel kleiner wordt, toch levend en inspirerend. Dat is een hoopvol teken, en wil zeggen dat er - hoezeer soms het tegendeel ook waar lijkt te zijn - een grote behoefte is aan zulke verbinding tussen mensen. Maar meer nog dan dat, is er een grote behoefte aan een verbinding tussen onze samenleving en God. Moge Communio hieraan steeds weer een bijdrage leveren, tot eer van onze stichters, maar vooral tot eer van God die zelf ‘communio’ is.
In dit nummer vindt u een aantal mooie bijdragen die een beter begrip geven van de missie van het tijdschrift Communio. Vanzelfsprekend wordt er daarbij door verschillende auteurs vaker naar dezelfde illustere beginjaren en stichters verwezen. Toch is het bijzonder interessant om te zien hoe ieder zijn eigen licht laat schijnen op een prachtige erfenis die we mogen doorgeven: een erfenis met een bijzonder grote actualiteit en dit jaar getooid met een gouden randje.
Allereerst heeft een van onze redactieleden een eerbetoon geschreven aan oud-redactielid Ton Meijers, die ons plotseling ontvallen is. We denken in dankbaarheid terug aan zijn enthousiasme en zijn wijze bijdragen aan de redactievergaderingen. Overigens is nog iemand heel plotseling overleden, met een belangrijke rol op de achtergrond voor ons tijdschrift: de heer Willie Feijs. Hij heeft zich jarenlang met grote trouw ingezet voor ons tijdschrift, als degene die de opmaak verzorgde zodat alles gedrukt kon worden. We bevelen hem bij de Heer aan en bidden voor zijn zielenrust.
Een substantiële bijdrage in dit nummer is van de hand van bisschop Jan Hendriks, die ons meeneemt naar de diepe betekenis van het woord ‘Communio’, zoals dat vooral in het Tweede Vaticaanse Concilie een belangrijk concept werd.
Vervolgens stappen we over naar een historische kijk op ons tijdschrift. Daartoe geeft Hans de Jong een overzicht van de plaats van ‘Communio’ in het Nederlandse theologische landschap. Met een scherpe analyses geeft hij een interessant inkijkje in de rol die ons tijdschrift mocht spelen. Datzelfde, maar dan in groter perspectief, doet Jan-Heiner Tück, die zijn licht laat schijnen over de betekenis van Communio als internationaal tijdschrift. Lambert Hendriks kijkt tenslotte als hoofdredacteur naar de inhoud van de Nederlandstalige Communio in de loop van deze vijftig jaren.
In mei van dit jaar werd op Rolduc de internationale redactievergadering gehouden. Bij die gelegenheid heeft de bisschop van Roermond een mooie homilie gehouden, die we graag als laatste bijdrage willen afdrukken.
Dr. Lambert Hendriks
Hoofdredacteur Communio NL
Dit voorwoord verscheen eerder als bijdrage in: L. Hendriks, “Foi, culture et société”, in: Revue Catholique Internationale. Communio, 50(2025), 2-3, p 191-193
| Auteur | Titel | Pagina |
|---|---|---|
| L. Hendriks | Voorwoord | 1-5 |
| B. Koet | In memoriam Ton Meijers | 6-7 |
| J. Hendriks | Communio in het hart van het zelfbewustzijn van de Kerk | 8-32 |
| H. de Jong | De plaats van het tijdschrift 'Communio' in het Nederlandse theologische landschap | 33-46 |
| J.-H. Tück | Communio - Erfgoed en opdracht: Over het profiel van het Internationaal Katholiek Tijdschrift | 47-60 |
| L. Hendriks | Communio: Meer dan een tijdschrift | 61-75 |
| R. van den Hout | Homilie bij gelegenheid van de internationale redactievergadering van het Internationaal Katholiek Tijdschrift Communio | 76-79 |
| H. Urs von Balthasar | Gebed voor Communio | 80 |
