Inleiding

Met de keuze voor het thema “religie en geweld” voor dit dubbelnum- mer willen we een onderwerp aanspreken dat bijzonder in de actualiteit staat. Hoewel we tegenwoordig zonder terughoudendheid de geweldda- dige gebeurtenissen in de geschiedenis van de Kerk en het christendom met afkeuring bekijken, moeten we tegelijkertijd vaststellen dat in de wereld religie nog steeds veelvuldig gebruikt wordt als legitimatie van geweld. Er is veel discussie over de vraag of het christendom, of welke andere religie dan ook, daadwerkelijk aanzet tot geweld of dat het – bij- voorbeeld door de pretentie de enige ware God te vereren – als vanzelf leidt tot een intolerante houding tegenover niet- of andersgelovigen. Op het moment van schrijven gaan de videobeelden van verschrikkelijke ver- volgingen als promotiefilmpjes over het internet. Maar hoort geweld wel bij religie? Zijn het niet per definitie twee elkaar uitsluitende factoren? Op deze vragen willen we in dit nummer ingaan.

Als een vanzelfsprekend begin van onze zoektocht naar een antwoord, is het zaak om te zien wat de heilige Schrift eigenlijk zegt over geweld. Wanneer mensen willen benoemen dat geweld veelvuldig in de Bijbel voorkomt, dan citeert men vaak een aantal bekende teksten – vooral uit het Oude Testament – waarin gewelddadig optreden niet geschuwd wordt. Hendrik Hoet duidt in zijn bijdrage wat er eigenlijk in de Schrift over geweld te lezen is.

Na deze Bijbelse inleiding op het thema, zal Adelbert Denaux vanuit het document van de Internationale Theologencommissie ingaan op de vraag of monotheïstische godsdiensten per definitie gewelddadig zijn. Uit eerste hand schetst de auteur hoe men vanuit de theologe met deze vraag om zou moeten gaan. Een volgende bijdrage over religie en geweld is van Valeer Neckebrouck, die aan de hand van een aantal auteurs beschrijft hoe men in de moderne geschiedenis tegen dit fenomeen aankijkt. Hij ontkracht een aantal misvattingen en geeft zo een dieper inzicht in de thematiek. In dezelfde lijn beschrijft ook Michaël Bauwens hoe er vaak misvattingen bestaan rond de koppeling tussen religie en geweld. Vaak had (en heeft) dit geweld bijzonder weinig met godsdienst te maken, en spelen er andere – bijvoorbeeld politieke – motieven. Zo kunnen religie en geweld dus slechts schijnbaar in één adem worden genoemd.

Vanuit de internationale redactie nemen we een artikel op van Jan- Heiner Tück, die ingaat op het probleem van de veelvuldig voorkomende ‘zelfmoordterroristen’, die hun terreurdaden doen met een beroep op de godsdienst. Hij laat zien hoe deze mensen, ondanks hun eigen visie, alles behalve te vergelijken zijn met de martelaren van het christendom. In dit licht is ook de bijdrage van Jan Peters bijzonder interessant, die ingaat op de plaats van geweld in de islam.

Een laatste bijdrage in het kader van de thema van het dubbelnum- mer is van Fred van Iersel, die op een duidelijke manier beschrijft welk bestaansrecht de zogenaamde ‘rechtvaardige oorlog’ nog kan hebben in onze tijd. Alhoewel dit begrip van oudsher voorkomt in de sociale moraal van de katholieke Kerk, is de vraag óf en hoe het in onze tijd nog kan worden toegepast. Hier gaat het dus niet om geweld dat voortvloeit uit de religie, maar om de vraag welke vormen van geweld er vanuit christelijk perspectief te billijken zijn.

Buiten thema nemen we nog een aantal artikelen op die langs een an- dere weg betrekking hebben op de actualiteit. Aan het begin van dit jaar werd reeds vermeld dat dit de veertigste jaargang is van de Nederlands- talige Communio. Bij die gelegenheid beschrijft Joris Schröder de weg die het tijdschrift in die veertig jaar is gegaan en gaat hij in op de doelstellin- gen van Communio. Deze bijdrage eert niet alleen ons tijdschrift, maar ze herinnert ons ook aan de zending die Communio heeft in deze tijd.

Een andere thematiek die dit jaar speelt, is het ‘jaar van het godge- wijde leven’ dat paus Franciscus heeft afgekondigd. Bij die gelegenheid nemen we een artikel op van Anton Strukelj over H.U. von Balthasar en het religieuze leven.

Vervolgens beschrijft Lambert Hendriks de aanloop naar de twee bis- schoppensynodes over huwelijk en gezin, die in Rome gehouden worden. De thematiek heeft bijzonder veel interesse gewekt in de media, maar een echte verdieping, naast het benoemen van hete hangijzers, bleef meestal

uit.Tussen het jubileum van de afsluiting van het Concilie van Trente en het Lutherjaar in, schrijft Paul Hamans in een bijdrage over het ‘sola scriptura’ dat in de reformatie zo’n grote rol heeft gespeeld.

Nog steeds in het jubileum van het Tweede Vaticaanse Concilie wordt dit dubbelnummer afgesloten met een artikel van Karim Schelkens, die ingaat op de hermeneutiek van het Concilie. Wat is een juiste, katholieke, wijze om de concilieteksten te verstaan? De auteur legt uit hoe er hierbij recht moet worden gedaan aan de traditie, terwijl men net zozeer open- staat voor de toekomst.

We hopen u met dit nummer niet alleen veel leesplezier te bieden, maar ook bij te dragen aan de duiding van tal van actuele onderwerpen.

Namens de redactie, Dr. Lambert Hendriks