Een handleiding als een inleiding
In elke jaargang verschijnt naast vier thematische afleveringen binnen het geheel van de internationale keten van de dertien Communio-edities ook een dubbelnummer, ontworpen en samengesteld door de eigen Nederlandstalige editie en vrijwel geheel bestaande uit auteurs van het eigen taalgebied. Het thema van dit jaar is: Wie is Jezus?

Met deze vraag gaan we uit van twee vóóronderstellingen. De eerste is dat het niet beperkt wordt tot de vraag wie was Jezus, vanuit een historische perspectief van een geïnteresseerde buitenstaander naar het verhaal over en van Jezus. Het is een vraag naar Jezus, de levende, die “was, is en komt”. Van daaruit volgt een tweede vóóronderstelling: de vraag naar Jezus krijgt pas een afdoend antwoord binnen de vele antwoorden die ook mogelijk zijn en niet uitgesloten worden, als het tot “leerlingen” , die van “gisteren, nu en altijd”, wordt gericht. “Wie zegt gij, dat Ik ben?” is een vraag die om een belijdend antwoord vraagt. In deze zin willen de bijdragen van deze afleveringen vragen en antwoorden zijn van “leerlingen”, die nooit uitgeleerd zijn of voorbij de vraag tot een definitief statement over Jezus komen.

Het karakter van het belijdende antwoord moet tevens voorkomen, dat men in de vraag blijft steken en in Jezus wellicht God wil zoeken, maar niet echt kan en wil vinden. In een drietal benaderingen worden op de gestelde vraag van dit thematische nummer antwoorden geformuleerd. De eerste benadering wil naar de persoon en de leer van Jezus toe denken en redenen aangeven die het “hart” mag kennen en het verstand kan meenemen. De bisschop van Namen, André Léonard neemt in zijn bijdrage deze noodzakelijke opgave op zich. Ook vanuit de Schriften loopt een lijn naar Jezus, die mensgeworden is. Christof Struys bespreekt een “theologisch continuüm tussen het Oude en Nieuwe Testament” binnen de vraag “naar een incarnatieloze God?” Bij Paulus, als ‘de meest bekende van farizeese afkomst in het Nieuwe Testament’ komt Christus op een specifieke manier naar voren.. Hij draagt een Oudtestamentische notie voor God op de persoon van Jezus Christus over, zoals vaker in uitdrukkingen als “de naam van de Heer aanroepen” en “de dag van de Heer”naar voren komt. (Ruud Gouw)

Een tweede benadering is een aanvulling op het gelovig verlangen en denken naar Jezus Toe. Het is een denken vanuit Jezus, Gods Zoon. Theologie als Christologie derhalve. Een inleiding schrijft daarop Adelbert Denaux in zijn analyse en belijdenis over Jezus en de theologen. Henk Schoot gaat de titels na die aan Jezus worden gegeven en in een thomistische traditie uitgelegd in een behandeling van de Naam van Christus en de namen van Christus. Wie is Jezus die aan het Kruis is gestorven voor ons? Hans Tercic verheldert het vaak misverstane begrip van het plaatsvervangend lijden van Jezus. Hij laat zien, dat de plaatsvervangende dood van Christus de niet meer te overtreffen ‘ruil van de liefde’ is waardoor tot de zondaar wordt gezegd: ‘in Mij heb je wat ontbreekt in jezelf, Ik heb je een plaats bereid om in gemeenschap met Mij te leven’. Tevens hoogst actueel binnen de theologie is een doordenken van de band tussen Jezus en de heilige Geest. Eric Luyten en Harrie Quadvlieg gaan deze uitdagingen aan. Beiden bespreken en beoordelen de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Geest-christologie van Nederlandstalige (o.a. P .Schoonenberg) en andere, buitenlandse auteurs. Een waardering die genuanceerd uitvalt. Door de Geest in verbinding te brengen met Jezus wordt voorkomen dat de Geest te zeer vergeten wordt en Jezus tevens ook openbaring is van de Drieëne God.

Nogmaals komt de vraag naar wie Jezus is ter sprake in een derde benadering. Deze wordt behandeld allereerst vanuit het gegeven dat we tot Jezus kunnen en mogen bidden (Jos Lescrauwaet) en dat de gebedsomgang met de Heer Jezus, Gods Woord ons het meest innige antwoord geeft “van hart tot hart” op de vraag die deze aflevering bezig houdt. Elk bidden roept op tot het beschouwen van Gods Woord in beeld. De christelijke iconografie (Herman Woorts) laat het menselijk verlangen, even hartstochtelijk, onvergetelijk als aandachtig, in de ikonen als afbeeldingen van de God van liefde schouwen en beschouwen, in de stille hoop, dat we eens van aangezicht tot aangezicht mogen aanschouwen op Wie we nooit uitgekeken raken. Waar het beschouwend hart vol van is, daarover dient te worden gesproken en verder gesproken. Johan van der Vloet geeft een aantal lijnen aan waarlangs Christus in de geloofsoverdracht volledig en op de juiste toon verstaan ter sprake kan worden gebracht.

De laatste bijdragen in deze aflevering brengen ons weer terug bij de vraag: wie Is Jezus? Daarop kan slechts een antwoord gegeven, worden binnen de biddende en gelovige gemeenschap van leerlingen die ernaar verlangen het Woord dat Jezus is, te willen opnemen, verstaan, delen en doorgeven. Zowel Jeroen Smith als Kees van Vliet laten dat in hun artikelen zien. De eerste door een beschrijving en waardering voor een laagdrempelig samenkomen tot een kennis maken met Jezus in de zgn. Alpha cursussen. De tweede houdt een pleidooi en zoekt criteria voor een Kerk van “small communities”. We hopen dat de bijdragen van deze aflevering de honger en nieuwsgierigheid mogen versterken naar de vraag wie Jezus is alsmede ook positieve antwoorden mogen oproepen en vergemakkelijken

We kunnen nu al vast aankondigen, dat het volgende dubbelnummer van volgend jaar halverwege 2009 zal verschijnen, wanneer Nederlandse en Vlaamse bisdommen 450 jaar kerkelijk katholiek leven gaan gedenken. Communio verschijnt vijfmaal per jaar (4 nummers en één dubbelnummer). Een jaarabonnement op Communio kost slechts € 29. Studenten betalen € 17,50. Een los nummer kost € 6 exclusief verzendingskosten. Bestellen kan via Communio, Dendermondsesteenweg 306 B in 9070 Destelbergen of voor Nederland: Communio, Postbus 1321 NL in 5200 BJ ’s-Hertogenbosch, e-mail: info@communio.be / info@communio.nl of via de website: www.communio.be / www.communio.nl. 

Meer uit deze jaargang: