Dit jaar is het dubbelnummer van ons tijdschrift gewijd aan het thema: “Waarom en hoe geloven met de Kerk?” Zoals in de vorige dubbelnummers komen vooral auteurs uit het eigen taalgebied aan het woord. De bijdragen zijn gericht zowel op het begrip geloven, de inhoud en de dynamiek ervan, als op de andere pool van ons thema: de Kerk.

Als inleiding een analyse door de godsdienstsocioloog Theo Schepens van een profiel van de Nederlandse katholiek, die in Europees perspectief veel overeenkomsten vertoont met de katholiek in de landen om ons heen, maar in een enkel opzicht opvallend ermee verschilt. Vervolgens een korte analyse van de bovennatuurlijke geloofsact (Rik Achten) alsook enige belangrijke gedachten over het gegeven dat wie gelooft nooit alleen is (Peter Westerman). Daarbij komt met het beeld van de Kerk tevens de persoon van de paus (“Rome”) naar voren. Kardinaal Godfried Danneels levert een bijdrage (de Tiltenberglezing van dit jaar) over wat Johannes Paulus II in meer dan een kwart eeuw de Kerk als erfenis heeft meegegeven.

Wanneer we over de Kerk spreken, is het goed te weten over welke Kerk wij het hebben. Is het die van de idealen, die “van God en zijn Rijk” of die van “mens en wereld”? Daarom is een bijdrage gepubliceerd die de verhouding beschrijft tussen het Rijk van God en de Kerk: er bestaat een onlosmakelijke band tussen beide, maar ze mogen niet zonder meer geïdentificeerd worden (Hans Ausloos en Bénédicte Lemmelijn). Hier is ook de plaats om over een specifiek geloofsartikel te spreken: ‘Ik geloof in de gemeenschap van de heiligen’ (Inge Cordemans), en tevens om de Kerk van de heiligen te beschrijven als de meest wezenlijke, levende en concrete (Joris Schröder). Stefaan Van Calster schetst het leven van de onlangs heilig verklaarde passionist Karel Houben, als een voorbeeld van een leven met de Kerk.

Binnen de Kerk is steeds weer de Geest de drijvende kracht Gods die aanzet tot een gelovig elan. Vandaar een bijdrage over een oude religieuze gemeenschap die nooit hervorming nodig had: de karthuizers (Tim Peeters). Ook vanuit de gemeenschap van Tibériade, een van de vele nieuwe bewegingen die de Geest schenkt aan de Kerk van nu, is er een kort getuigenis (Br. Frederic). Dat mag ons niet de ogen doen sluiten voor verdeeldheid en conflict binnen de Kerk. Met name kardinaal John Henry Newman mag bezieling geven waar teleurstelling heerst voor allen die in conflict geraakt zijn en aan de Kerk lijden (Hans Tercic).

Nog duurzamer en pijnlijker is de verdeeldheid die voortduurt tussen Kerken en kerkelijke gemeenschappen. Kees van Vliet beschrijft de moeizame weg naar verdere eenheid tussen wat verdeeld is geraakt. Tenslotte is er de verrassing dat steeds meer volwassenen tot de katholieke Kerk toetreden. De begeleiding van deze neo-katholieken en hun geloofservaringen worden door Ella Fijen en Chris ’t Mannetje beschreven.

Tenslotte is het noodzakelijk dat steeds weer mensen vanuit een katholieke identiteit naar buiten treden. Jeroen Alting von Geusau situeert deze opdracht vanuit de katholieke sociale leer van de Kerk binnen de Nederlandse politiek.

Het tijdschrift Communio verschijnt in veertien edities en werd gesticht door o.a. de toenmalige professor Joseph Ratzinger (nu Paus Benedictus XVI) en Hans Urs von Balthasar. De Nederlanfstalige editie verschijnt vijf keer per jaar (4 enkele nummers en een dubbelnummer). Een jaarabonnement kost € 29.00 (studenten € 17,50). Meer informatie op de website: www.communio.be of www.communio.nl . 

Meer uit deze jaargang: