Eén van de vroegste christelijke geschriften uit de periode onmiddellijk na het Nieuwe Testament, de Brief aan Diognetus, beschrijft het leven van de christenen als van mensen die wezenlijk vreemdelingen zijn op aarde, omdat hun vaderland elders is, in de hemel (cf. Fil. 3, 20): “Elk vreemd land is hun een vaderland en elk vaderland een vreemd land” (Brief aan Diognetus 5,5, vertaling: D. Franses, De apostolische vaders, Paul Brand, Hilversum 1941, p. 278. Dat men ook reeds in de vroegste Kerk met de problematiek van (christelijke) migratie worstelde, illustreert de Didachè 12).

Op een bijzonder schrijnende manier hebben deze oude teksten een confronterende actualiteit en concreetheid gekregen door de vluchtelingenstroom die sinds de zogenoemde Arabische Lente en de daaruit volgende instabiliteit in het Nabije-Oosten op gang gekomen is. Honderdduizenden mensen zijn op zoek gegaan naar veiligheid, geluk en een nieuwe toekomst op het Europese continent. Deze vluchtelingen zijn van zeer diverse afkomst en achtergrond. Onder hen zijn ook groepen christenen, die vanuit een minderheidspositie in het Nabije-Oosten terechtkomen in de geseculariseerde (West-)Europese cultuur. Verschillende aspecten van de problematiek van deze christelijke vluchtelingen willen wij in dit nummer van Communio belichten.

We zijn vereerd dat Mgr. J.H.J. van den Hende, bisschop van Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse bisschoppenconferentie, die vanuit zijn hoedanigheid als bisschop-referent voor de oecumene ook de contacten met katholieken van de Byzantijnse ritus en met de oosterse en orthodoxe Kerken behartigt, in een eerste bijdrage de zorg uitspreekt van de Kerk voor christenen die gebukt gaan onder vervolging.

Drie getuigenissen maken de problematiek van de vervolgde christenen concreet en tastbaar. Mgr. Bashar Matti Warda, aartsbisschop van Erbil (Irak), vertelt over de vervolging van christenen door ISIS. Serina Mansoor, eveneens afkomstig uit Irak, kwam in 2007 naar Nederland. Zij beschouwt zichzelf als één van de gelukkigen die de oorlog en terreur konden ontvluchten. De van oorsprong Syrische Daher, Lama, Hazem en Joul Lutfi leggen in een gesprek, dat Communio met hen gevoerd heeft, getuigenis af van hun christelijke geloofsovertuiging, waarvoor ze bereid waren vervolging en vlucht te doorstaan.

Na deze getuigenissen, die een beeld geven van de actuele situatie, laten we paus Franciscus aan het woord, die in zijn recente Boodschap voor de Werelddag van migranten en vluchtelingen een stem geeft aan het lijden van de migrantenkinderen.

Deze tekst van de paus wordt gevolgd door een Bijbelse bezinning van de hand van pastoor Ruud Gouw over de voorstelling van Jezus als een vluchteling in het Mattheüsevangelie. Leo van Leijsen, medewerker van de Katholieke Vereniging voor Oecumene, geeft in een fundamenteel overzichtsartikel een beeld van de verschillende kerkelijke gemeenschappen waaruit de meeste vluchtelingen in Europa afkomstig zijn. In zijn kerkrechtelijke bijdrage gaat Ton Meijers in op het recente schrijven van paus Franciscus, De concordia inter codices. Door de vluchtelingenstroom groeit de aanwezigheid van christenen van de Oosterse ritussen in het Westen. In De concordia inter codices heeft de paus verschillende bepalingen opgenomen die de verhouding tussen het Latijnse en het Oosterse Recht op meerdere belangrijke thema’s herdefiniëren. Van liturgische aard is de bijdrage van Jo Hermans, die de verschillende dimensies van het (nieuwe) misformulier “Voor vluchtelingen en ballingen” uit het Romeinse missaal analyseert. Pierpaolo en Andrea Flesia zijn met hun gezin lid van de Gemeenschap Johannes XXIII, die in Italië betrokken is bij de opvang van bootvluchtelingen. Hun getuigenis toont hoe de Kerk niet alleen door gebed, maar ook door daadwerkelijk hulpbetoon probeert de thuislozen een opvang te bieden.

De pogingen vanwege het politieke bestel om een oplossing te bereiden voor de menselijke tragedies die verbonden zijn met het geweld in het Nabije-Oosten en de daarmee samenhangende vluchtelingenstroom, worden verwoord door Pieter Omtzigt en Ewelina U. Ochab en door Wouter Beke, prominente christendemocratische politici in resp. Nederland en België.

De laatste twee bijdragen in dit nummer houden geen verband met de thematiek van de christelijke vluchtelingen, maar hangen samen met de herdenking van 500 jaar reformatie in oktober 2017. Uitgaande van het luthers-katholieke document From Conflict to Communion uit 2013, ter voorbereiding op de herdenking van de 500ste verjaardag van het begin van de reformatie, vraagt Jörgen Vijgen aandacht voor de wijsgerige grondslagen van de oecumenische dialoog aan de hand van de gesprekken tussen kardinaal Cajetanus en Maarten Luther en de consequenties hiervan voor de opvattingen over het sacrament van de biecht. Met zijn bijdrage over “Luther en het religieuze leven” behandelt ook pater Martijn Schrama o.s.a. een minder bekend gegeven uit het leven en denken van de reformator uit Wittenberg.

Vermeldenswaard is tenslotte dat de Nederlands-Vlaamse redactie van Communio dit jaar gastheer was voor de internationale vergadering van hoofdredacteurs, die van 1 tot 6 mei jl. gehouden werd in het congrescentrum van de Abdij Rolduc te Kerkrade. Tijdens deze bijeenkomst vond theologisch overleg plaats, werden de thema’s van de komende nummers uitgewerkt en werd de onderlinge verbondenheid (“communio”), die ons tijdschrift kenmerkt, in broederlijkheid beleefd. Het redactiewerk werd onderbroken door een culturele uitstap naar Maastricht met een bezoek aan de basilieken van Sint-Servaas en van O.L.V. Sterre der Zee. De beheerraad van Communio wenst uitdrukkelijk de Stichting Jan Schroederfonds en de Stichting Wilhelmina Sangers Cultuurprijs te bedanken, die door hun financiële bijdrage de organisatie van deze redactievergadering mogelijk gemaakt hebben.

De Rycke