Inleiding en leeswijzer
De vijftigste verjaardag van de plechtige afkondiging van het Tweede Vaticaanse Concilie vormt voor de redactie van de Nederlandstalige Communio de aanleiding om in de jaarlijkse reeks van dubbelnummers dit keer op uitgebreide wijze aandacht te besteden aan het gebeuren en de documenten van Vaticanum II en de receptie ervan in Vlaanderen en Nederland. Bij zowel voor- als tegenstanders wordt het Concilie als een breuk ondervonden. Hier hebben zich vele geesten in de afgelopen decennia gescheiden. Een onderscheiden der geesten doet dan ook deugd. Daartoe is het allereerst nodig de vernieuwingsmethodiek naar voren te brengen die als hermeneutische sleutel voor Vaticanum II kan dienen (Henk Witte).

Hoe is dan die conciliaire Kerk, die tegelijk zowel het herbronnen als ook het bij de tijd brengen van geloven en geloofsleer wil benadrukken? Kees van Vliet geeft de hoofdlijnen van de leer van de Kerk aan, terwijl Marc Timmermans een nader inzicht biedt door aandacht te besteden aan het woord “subsistit in” in de dogmatische constitutie van de Kerk. De katholieke is niet de ware Kerk, maar bestaat binnen de ware Kerk van Christus. Jan Hendriks legt de leer van de Kerk nader uit vanuit sacrament en zending en de receptie ervan in het kerkelijk wetboek van 1983. Jo Hermans evalueert een aantal krachtlijnen van de liturgievernieuwing volgens Vaticanum II. Van de ene kant kan de liturgie verdiept worden bijvoorbeeld door het ter sprake brengen van het bidden naar het oosten, waarover het Concilie niets zegt (Johan te Velde), terwijl daarnaast ook nog “kroonjuwelen op zolder”, zoals het catechumenaat voor volwassenen, meer in huis kunnen worden gehaald (Tom Schilling).

Is bij de receptie van “Dei Verbum”, het centrale document over het verstaan van de Openbaring, de betekenis daarvan vergeten of wordt zij langzaam herontdekt (Ben Janssens)? Hoe is het met de oecumenische openheid naar andere christelijke Kerken en kerkelijke gemeenschappen met behoud van het wezenlijk katholieke (Bernhard Hegge)? Is de receptie van grote teksten over de missie en de dialoog met andere godsdiensten en met niet-gelovigen al of helemaal niet tot stand gekomen (Valeer Neckebrouck)? Hoe is de verhouding tussen de godsdienstvrijheid voor het eigen geloof en tegelijk het accepteren van gewetensvrijheid van anderen beschreven, en ook werkelijk doorgedrongen in de ziel van de Kerk (Ton Meijers)? Het Concilie heeft de grote morele kwesties wel gezien, maar de vraag blijft in hoeverre de moraaltheologie in de na-conciliaire tijd ook werkelijk gebleken is die van het Concilie te zijn. Voor Lambert Hendriks een aanleiding om te reflecteren over de uitwerking ervan op de hedendaagse moraaltheologie.

Tenslotte terug naar eigen geschiedenis en receptie van het Concilie in Vlaanderen en Nederland. Herman De Dijn geeft een indringende analyse van de concrete receptie van het Concilie in Vlaanderen en de langzaam groeiende weerstand ertegen, terwijl Nico van der Peet de figuur van Mgr. Dodewaard, bisschop van Haarlem, presenteert en zijn bijdrage op het Concilie als woordvoerder van de Nederlandse bisschoppen beschrijft, alsook zijn grote inzet om Vaticanum II tot receptie te brengen in eigen bisdom. In de loop van het komende jaar is het tijdschrift Communio van plan nog terug te komen op de betekenis van dit Concilie voor het katholieke geloofsleven en -denken, een betekenis die verder reikt dan die voor de katholieke Kerk zelf.

Van dit bijzondere dubbelnummer van Communio kunnen tegen het gereduceerde tarief van slechts € 4,50 per stuk exemplaren besteld worden (winkelprijs: € 12,00). Op deze wijze kunnen kerkelijk en theologisch geïnteresseerden kennismaken met een evenwichtige interpretatie van het Concilie. Gelieve voor bestellingen contact op te nemen met het secretariaat/de administratie Communio (Bernhard Pothaststraat 37, NL- 6464 HD Kerkrade) of via de e-mailadressen info@communio.nl en info@communio.be. 

Meer uit deze jaargang: