Als uitdrukking van de overtuiging dat de verschijningsvormen van de vrede onder de volkeren variëren naargelang de loop van de wereldgeschiedenis, kan de uitspraak van paus Paulus VI in de slotparagraaf van zijn encycliek Populorum progressio als revolutionair beschouwd worden: “Ontwikkeling is een nieuwe naam voor vrede”. (Paulus VI, Populorum progressio. Encycliek over de ontwikkeling van de volken (26 maart 1967), 87; cf. Johannes Paulus II, Sollicitudo rei socialis. Encycliek over de ontwikkeling van de mens en de samenleving, twintig jaar na Populorum progressio van paus Paulus VI (30 december 1987), 10). Een halve eeuw na Populorum progressio heeft het fenomeen van de wereldvrede – net zoals de factoren die een bedreiging voor haar vormen – opnieuw andere gestalten aangenomen. Zo neemt paus Franciscus herhaaldelijk de metafoor van een Derde Wereldoorlog in de mond. Een aantal van de actuele uitdagingen voor de wereldvrede willen we in dit nummer van Communio nader belichten.

Hans Maier, voormalig Duits minister en sedert de oprichting van het tijdschrift redactielid van de Duitse Communio, opent dit nummer met een beschouwing over de veranderende vormen van oorlog en geweld en over de actuele strijd tegen het terrorisme.

In zijn artikel over Post-truth en Fake News analyseert Herman De Dijn twee fenomenen die in verregaande mate waarheidsgetrouwe communicatie verstoren en volgens velen de democratie en de vrede binnen en tussen landen bedreigen. De Dijn toont helder aan dat de genoemde verschijnselen typische uitingen zijn van de laatmoderne cultuur en maatschappij waarin we leven.

De Franse filosoof Rémi Brague, gespecialiseerd in de geschiedenis van het middeleeuwse joodse, Arabische en christelijke denken, onderzoekt in hoeverre een verband tussen godsdienst en geweld daadwerkelijk op feiten gestoeld is.

In zijn bijdrage over de achtergronden van de godsdienstoorlogen verwijst William Cavanaugh naar de provocerende uitspraak van de Franse filosoof René Girard, dat in antwoord op religieus geïnspireerd geweld niet minder, maar juist meer religie nodig is. De auteur onderzoekt de oorzaken van dergelijk geweld en de eenzijdigheid van vele interpretaties die daaraan gegeven worden vanuit de moderne, seculiere consensus.

De Bijbelse bezinning van pastoor Ruud Gouw sluit bij deze thematiek aan, in zoverre zijn bijdrage ingaat op de vraag naar de betekenis van gewelddadige metaforiek in heilige teksten. De auteur analyseert de betekenis van het motief van het ‘zwaard’ in de evangelieperikopen over het laatste avondmaal bij Lucas (Lc. 22, 36b).

Op het vooroordeel dat vluchtelingen een bedreiging vormen voor vrede en stabiliteit en op de onderliggende angstprocessen gaat Sebastiaan van der Zwaan nader in. De auteur is directeur van de mensenrechtenorganisatie Justice and Peace Nederland.

In hun bijdrage behandelen Nele Verlinden en Jan Wouters het nieuwe verdrag van de Verenigde Naties voor een verbod op kernwapens (2017) als één van de vormen van internationale samenwerking ter bevordering van vrede tussen de volkeren.

Moeder Teresa van Calcutta, laureate van de Nobelprijs voor de Vrede in 1979, maakte in een bewogen toespraak tijdens het National Prayer Breakfast op 5 februari 1994 in Washington D.C. gewag van een andere bedreiging voor de wereldvrede: “Ieder land dat abortus aanvaardt, leert niet zijn volk om lief te hebben, maar om iedere vorm van geweld te gebruiken om te verkrijgen wat men wil. Daarom is abortus de grootste vernietiger van liefde en vrede” (Michael Collopy, Works of Love are Works of Peace. Mother Teresa of Calcutta and the Missionaries of Charity, Ignatius Press, San Fancisco 2016, p. 193; zie ook de toespraak die Moeder Teresa gehouden heeft bij het in ontvangst nemen van de Nobelprijs, in: Leo Maasburg, Mother Teresa of Calcutta. A Personal Portrait, Ignatius Press, San Francisco 2011, pp. 166 e.v.). Moeder Teresa’s oproep klinkt als een echo van de woorden van paus Paulus VI, op wiens gedachtengoed de thematiek van dit nummer teruggaat en die in de loop van dit jaar heiligverklaard zal worden: “Willen we vrede? Laten wij dan het leven verdedigen!” (Paulus VI, “Wanneer je vrede wilt, verdedig het leven. Boodschap voor Wereldvredesdag 1977” (8 december 1976), in: Archief van de Kerken 32.6 (1977), 252-259). Tegen deze achtergrond onderzoekt Herwig Dufaux tenslotte de mogelijkheden om een wettelijk statuut te verlenen aan het ongeboren menselijke leven in de fasen van embryo en foetus.

F. De Rycke