Bij wijze van leesgids
Als thema van de derde aflevering van de huidige jaargang van het tijdschrift Communio is dat van de schoonheid gekozen. Is schoonheid een kwestie van smaak of is de vraag naar wat schoon ook een vraag naar inzicht, vorming, cultuur, religie en zelfs waarheid? Deze opmerkingen en andere vragen die het thema oproept, worden in de bijdrage van Herwig Arts aangeduid en in een enkele zin ook in de strekking beantwoord. Beslissend is hier de notie van de omgang met symboliek en symbolen. De bijdrage van Paul Cools geeft inzicht in een symbolische verstaan van de werkelijkheid aan de hand van vele voorbeelden in de veelgelaagde menselijke omgang en het liturgisch, artistiek en religieus verstaan van wat werkelijk is. Kris De Brabander bespreekt de visie van Augustinus, die de schoonheid van de schepping laat uitvloeien in de schoonheid van de Schepper.

Onder de titel “Openbaring en schoonheid” introduceert Stephan van Erp een esthetica als “constructieve”, systematische, theologie. Hij wil laten zien wat de consequenties van een esthetisch perspectief op openbaring zijn voor de taken en de inhoud van constructieve theologie. Hij schetst een prolegomena van een constructieve theologische esthetica met belangrijke conclusies voor het zelfverstaan van de theologie ten opzichte van andere wetenschappen en haar eigen bijdrage in Kerk en samenleving. De Portugees João Manuel Duque schetst de plaats van de esthetica binnen een postmodern denken. Het postmoderne debat leidt naar het zoeken van een correcte articulatie tussen esthetica en metafysica.

In het artikel van Antonio Manuel Pérez (Spanje) wordt nader ingegaan op de huidige ontwikkeling van wat onder kunst wordt verstaan, waarbij de nadruk steeds meer valt op de subjectieve bijdrage van de kunstenaar en een creationistische houding. Pérez stelt de vraag naar een christelijke kunst en houdt een pleidooi voor een transparante, schone en solidaire kunst. Hij analyseert daartoe de werkelijkheid van de Gekruisigde als uitgangspunt om enige toekomstperspectieven te ontwaren. De Gekruisigde is de grote paradox van het christendom: het meest perfecte toonbeeld van de Schoonheid van God via de opperste misvorming van zijn menselijke gestalte.

In de voorafgaande bijdragen wordt de naam van Hans Urs von Balthasar vaker genoemd. Hij bracht de esthetica binnen de theologische aandacht. In de slotbijdrage van de hand van Stefan Schevers wordt direct ingegaan op een wat kleiner geschrift van de Zwitserse theoloog: Glaubhaft ist nur die Liefde (vertaald als Geloofwaardig is alleen de liefde, Hilversum/Antwerpen 1963), waarin naar voren komt hoe juist de gekruisigde Liefde een schoonheid laat zien die echt te geloven valt voor wie er oog en hart voor kreeg.

Meer uit deze jaargang: