Inleiding
In ons geloof spelen riten en rituelen een grote rol. Ze zijn de manier waarop wij mensen omgaan met de grootsheid van God en van ons ge- loof. We drukken ermee uit wat niet valt uit te drukken en we beleven er werkelijkheden door die ons ver te boven gaan. Het is kenmerkend voor riten en rituelen dat ze deel uitmaken van een vaak lange traditie en dat ze door een vaste structuur houvast geven aan de mens. De moderne mens is wat dit betreft in een interessante paradox terechtgekomen: waar hij vasthoudt aan het verlangen naar riten en rituelen, voldoen de traditionele vormen daarvan vaak toch niet meer om goed aan te sluiten bij zijn belevingswereld.

In dit nummer van Communio willen we een aantal aspecten daarvan belichten. Het eerste artikel van Herman De Dijn laat zien wat riten en rituelen eigenlijk zijn, en welke plaats ze innemen in het godsdienstige leven. Ver- volgens beschrijven Joris Geldhof en Valeer Neckebrouck welke problemen er rond deze rituelen bestaan voor de mens van vandaag, die deze oeroude symbolieken maar moeilijk kan interpreteren. Zij gaan in op de vraag in hoeverre ze voldoen om het geloof door te geven en te bemiddelen, en in hoeverre ze passen bij de mens. Hans van Reisen biedt de lezer vervolgens een interessante terugblik, als hij laat zien welke plaats riten en rituelen innamen ten tijde van Augustinus. Zo wordt de theoretische bespreking ook praktisch belicht.

Buiten thema volgen dan twee artikelen van hulpbisschop Jan Hendriks en Jo Hermans, beide over het wezen en de functie van het diaconaat. Het permanente diaconaat is pas tijdens het Tweede Vaticaans Concilie opnieuw ingesteld, en deed de vraag naar de kerntaken van de diaken opnieuw actueel worden. In het bijzonder komt de relatie tot de Eucharistie duidelijk naar voren. Een laatste bijdrage is van de hand van Thomas Söding over het terug- treden van paus Benedictus XVI. Aan de hand van teksten van de apostel Paulus spreekt Söding over de verhouding tussen ambt en persoon, en weet zo een mooie duiding te geven van een belangrijke gebeurtenis in de kerkgeschiedenis.

Namens de redactie, Dr. Lambert Hendriks

Meer uit deze jaargang: