Communio 1 2017

2017/1 Geef ons heden ons dagelijks brood

Categorie:

Beschrijving

Traditiegetrouw is het eerste nummer van elke jaargang gewijd aan een onderwerp uit de thematische reeks die door de internationale redacties van Communio vastgesteld is. Gedurende enkele jaren reeds behandelen we de verschillende beden van het ‘Onzevader’. In dit nummer gaan we niet specifiek in op de nieuwe vertaling van het gebed des Heren, die sinds het begin van de advent in gebruik is en waaraan in verschillende andere publicaties al ruimschoots aandacht besteed werd. In overeenstemming met de overige edities van ons tijdschrift richten we onze aandacht specifiek op de broodbede uit het gebed des Heren.

De regelmatige gebedspraktijk van het ‘Onzevader’ doet wellicht niet vermoeden dat de exacte betekenis van deze bede niet geheel duidelijk is. Zo merkte ook reeds de heilige Teresa van Ávila met terechte verwondering op: “Ik heb mij dikwijls afgevraagd waarom de Heer, na gezegd te hebben dagelijks, nog insisteert door te zeggen: «Geef het ons heden, God»”. Weg van volmaaktheid, 34.1, vertaling Carlos Noyen ocd, in: Teresia van Avila, Weg van volmaaktheid. Hooglied (Mystieke werken 1), Carmelitana, Gent 1980, p. 209.

Het ogenschijnlijke pleonasme in de broodbede (door de herhaling van ‘heden’ en ‘dagelijks’) verbergt daadwerkelijk een vraag met betrekking tot de exacte betekenis van datgene wat aangeduid wordt met ‘dagelijks brood’.

Régis de la Haye voert tot deze problematiek in met een overzicht van de verschillende mogelijke vertalingen en interpretaties die vanaf de tijd van de Kerkvaders tot heden toe in gebruik zijn. Vervolgens gaat Bert Tops in zijn bijdrage nader op de vraag naar een precieze vertaling van het Griekse woord ἐπιούσιος (epiousios) in.

Jan Van Reeth kiest voor een andere invalshoek. Hij brengt Jezus’ kruiswoord  ‘het is volbracht’ in verband met het Laatste Avondmaal en duidt de broodbede in het ‘Onzevader’ vanuit dat perspectief. De eucharistische interpretatie van de zinsnede ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ vormt één van de mogelijke duidingen van deze bede.

De bijdragen van Mirjam Spruit en van Bas Suijkerbuijk bouwen op deze interpretatie voort. Mirjam Spruit noemt een aantal fundamentele uitgangspunten voor een noodzakelijke ommekeer in de catechese ter voorbereiding op de eerste communie. Bas Suijkerbuijk gaat in op de betekenis en praktijk van de ‘agapè-maaltijden’, die in het Nieuwe Testament voorkomen en ook in bepaalde perioden in de kerkgeschiedenis populair waren als een liturgische realiteit naast de eucharistieviering.

Willem Marie Speelman, die zelf betrokken is bij de Franciscaanse Beweging, benadert de broodbede tenslotte vanuit het perspectief van de spiritualiteit van Franciscus van Assisi.

De verschillende artikelen in dit nummer bieden een bonte waaier aan interpretaties van de broodbede vanuit exegetisch, catechetisch, liturgisch en spiritueel oogpunt. Mede namens de redactie wens ik u veel leesplezier toe met dit eerste nummer van een nieuwe jaargang van Communio.

F. De Rycke

AuteurTitel Pagina
RedactieEditoriaal1
R. de la HayeHoe het Onzevader te vertalen. 33-15
B. TopsNaar een herontdekking van de mystieke lezing van de broodbede in het Onzevader in navolging van de Leuvense Bijbel (1548)? 16-22
J.M.F. Van ReethJezus’ laatste woord 23-38
M. Spruit-BorstOp weg naar de maaltijd van de Heer

Omslag nodig bij de voorbereiding op de eerste communie
39-49
B. SuijkerbuijkAgapè-maaltijden in verleden en heden?50-66
W.M. SpeelmanGeef ons heden ons dagelijks brood. Een franciscaanse visie op de broodbede in het Onzevader 67-79