Met dit tweede nummer van 2016 wil het tijdschrift Communio de serie over het Onzevader verderzetten. Na een reeks over de wezenlijke kenmerken van de Kerk, die vorig jaar is afgelopen, heeft de internationale redactie van ons tijdschrift een nieuw thema voor een meerjarige serie voorgesteld: ieder jaar zou een aflevering in het teken staan van een bede uit het Onzevader. Vorig jaar werd de serie ingezet met de opening van het Gebed des Heren dat Jezus zelf aan zijn leerlingen leerde (Mt. 6, 9 par.) Inderdaad, dat mensen God met Vader mogen aanspreken is uniek.

Nergens in de oudheid, noch bij de Egyptenaren, noch bij de Grieken of de Romeinen wordt God vader genoemd. Ook niet bij de heidenvolken. God is daar veeleer een anonieme macht en zeker geen goede vader, die men van nabij mag aanroepen en om hulp smeken. Dit jaar zijn de volgende bede aan de beurt: “ Geheiligd zij uw Naam, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde als in de hemel”. Afgekort: Uw Naam, Uw Rijk, Uw Wil.

In een eerste artikel behandelt Marc Steen, rector van het interdiocesane Johannes XXIII-seminarie te Leuven en hoogleraar aan de theologische faculteit, de Bijbelse achtergrond van deze drie beden. Verlangen naar meer speelruimte voor God: zo omschrijft hij de drie beden. Het Onzevader is het gebed van de christen en de “korte samenvatting” van heel het Evangelie. De opbouw ervan is helder: na de aanspreektitel vinden we twee gedeelten. Op de eerste plaats komen drie uw-beden, waarover deze bijdrage handelt. Het zijn beden die op God zelf gericht zijn: dat Hij Zichzelf zou tonen zoals Hij is en zoals zijn naam het zegt, dat Hij zijn Rijk van Liefde zou doorzetten en dat Hij zijn wil, zijn heilsplan zou realiseren. De focus ligt hier dus op God zelf.

De tweede bijdrage is van Régis de la Haye, docent kerkgeschiedenis en patrologie aan het grootseminarie Rolduc te Kerkrade. Hij stelt de vraag naar het “hoe vertalen van het Onzevader?”, een zoektocht naar een juiste vertaling. Hij probeert de exacte betekenis van de Griekse woorden in de grondtekst te achterhalen, en ook de Hebreeuwse achtergrond erbij te betrekken. Enkele Kerkvaders hebben zich daar reeds intensief meer beziggehouden. Het artikel is het vervolg op een eerste bijdrage vorig jaar in ons tijdschrift.

Van zijn kant gaat Christophe Monsieur, norbertijn van Averbode, in op de achtergronden bij het feest van Christus Koning. De liturgische inbedding van Christus’ koningschap is namelijk geen recente uitvinding, maar zit als het ware van oudsher verankerd in de liturgie. In Oost en West tonen iconen, fresco’s en mozaïeken vaak de tronende Christus als heerser, als Pantocrator. Niet alleen in de kunst, maar ook in de liturgische gezangen wordt deze koninklijke gedachte verkondigd, en wel op verschillende momenten van het liturgische jaar. De Advent herhaalt voortdurend dat we wachten op de komst van de Koning, de vorst van

vrede die in de kerstnacht geboren wordt. Twee O-antifonen zingen: “O, Koning der volkeren” en “O, Emmanuel, onze Wetgever en Koning”.

Vanuit het kerkelijk recht zet Ton Meijers, universitair hoofddocent aan de School of Catholic Theology in Utrecht, de reflectie voort over “Uw wil geschiede” en trekt ze door naar de religieuze gehoorzaamheid. Zijn besluit: “Zowel religieuzen als hun oversten hebben zich radicaal gebonden om Gods wil te onderscheiden en te volgen… Het gaat erom dat de religieuzen inclusief hun oversten instemmend en daarmee vrij Gods wil aanvaarden in navolging van Christus die vrij en liefdevol gehoorzamend zijn kruis opnam tot heil van de mens”.

Michel Remery is priester van het bisdom Rotterdam en werkt momenteel als vice-secretaris-generaal van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties. Hij behandelt een actueel thema : Charitas of eigen volk eerst: wordt Europa volwassen… of gaat het continent te gronde? Hij besluit: “Niet voor niets sprak paus Franciscus vorig jaar tijdens zijn bezoek aan Straatsburg tot zowel het Europees parlement van de 28 EU-landen en tot de Raad van Europa met 47 lidstaten. In beide instellingen werd zijn zuiver christelijke boodschap met luid applaus ontvangen door de vertegenwoordigers van zeer uiteenlopende fracties. Dat alleen al laat zien dat de christelijke boodschap ten diepste herkenbaar is voor iedere mens, ongeacht zijn overige opvattingen”.

Mgr. Peter Henrici, lid van de Duitse redactie van Communio was tot zijn emeritaat hoogleraar filosofie aan de Gregoriaanse universiteit te Rome en vervolgens hulpbisschop van Chur in Zwitserland. Zijn overweging handelt over de tijd. De blik op Jezus kan volgens hem twee paradoxen verhelderen. De paradox dat het “nu”, en alleen het “nu”, het ogenblik is van een mogelijke en mogelijkerwijze nagelaten ontmoeting met Jezus Christus, de in de tijd gekomen God. De andere paradox betreft het begin van de tijd: ik bevind mij altijd al in het midden van de tijd.

Fred van Iersel, docent sociale leer aan het Internationaal Instituut Triest te Gent, behandelt de vraag hoe barmhartig wij moeten zijn voorvluchtelingen? Hij poneert dat de gebruikelijke tegenstelling tussen gerechtigheid en barmhartigheid onjuist is. Zonder gerechtigheid slaat het surplus barmhartigheid een samenleving uit het lood en zonder barmhartigheid kan de rechtstaat ontsporen en nodeloos verharden en verstarren

Tenslotte presenteren wij nog een artikel van Mgr. Jan Hendriks, hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam over “Ecclesia ad extra”. Het is een herwerkte lezing gehouden op de “Dies natalis”, 8 december 2015, in Rolduc. Aanleiding was de vijftigste verjaardag van het verschijnen van de Concilieconstitutie Gaudium et spes. Met de nauwkeurigheid van een kerkjurist gaat hij de ontstaansgeschiedenis na van dit document, waarover kardinaal L.J. Suenens zei: wij hebben een document dat de Kerk naar binnen beschrijft, Lumen gentium, en een ander dat de Kerk naar buiten beschrijft, Gaudium et spes.

 

Wij wensen u veel leesgenot.

Namens de redactie,

Mgr. dr. Stefaan Van Calster