“Het Rijk Gods is midden onder u”. Dat is het omvattende thema van deze eerste aflevering van de jaargang 2007. De verschillende bijdragen kunnen elk afzonderlijk gerelateerd worden tot dit thema, maar de inhoud en invalshoek van de artikelen zijn zodanig dat ze ook afzonderlijk gelezen kunnen worden. Jezus’ spreken over het Rijk Gods (of: het Rijk der Hemelen), vooral in gelijkenissen, roept allereerst de vraag op wat er met dit Rijk bedoeld wordt.

In een inleidend artikel geeft Stefaan Van Calster vanuit de pastorale praktijk een situering van een al of niet juist verstaan van dit heilsmysterie. Noch een volledige identificatie van de Kerk met Gods Rijk, noch de verwerkelijking ervan louter op basis van menselijke, religieuze of ethische inzet helpen ons verder. Deze pastoraal-theologische benadering van het spreken over het Rijk van God (met vermijding van eenzijdige duidingen en misverstanden) vormt een goede inleiding op het thema.

Een meer exegetische uitleg van inhoud en betekenis van Jezus’ spreken over het Rijk van God komt via de Poolse editie van Communio van de hand van Jurij Bizjak. Hier is als concluderende gedachte nog altijd het woord van Origenes van kracht: Jezus zelf is het Rijk van God, Hij is de autobasileia. Aansluitend wordt de vraag dringender: wie is dan die Jezus – in zijn verhouding tot God, wiens Rijk Hij verkondigt? Kristof Struys tracht een antwoord op deze vraag te geven vanuit het doopsel van Jezus bij de Jordaan. Dit doopgebeuren, gelezen binnen het geheel van de afzonderlijke evangelies en vervolgens vanuit de daarin ontwikkelde theologische visies, wordt teruggevoerd naar de trinitaire diepte van de hoofdpersoon. Hier wordt een beknopte christologie geboden die zich, in de loop van het gelovige theologische denken over wat zich openbarend te zien geeft, ontwikkelt tot een “trinitaire ontologie” en reikt “van het historische tot het metafysieke, van beneden naar boven, van het economische naar het immanente, van het temporele naar het eeuwige”.

Onmisbaar bij dit thema is een bijdrage over de verhouding van het Rijk van God, dat altijd naar een sociaal geheel verwijst, tot de Kerk, die na Jezus’ spreken, leven, dood en verrijzenis komt. Michael Figura laat via een doorkijk in de kerkelijke documenten (Vaticanum II en daarna) en de kerkvaders zien dat de Kerk, ondanks alle verbindingen met het Rijk van God, toch (nog) niet Gods koningsheerschappij is, die pas in de toekomst ligt. Deze bijdrage sluit af met een bemerking over het nieuwe eten en drinken in het Rijk Gods en het ontvangen van de Eucharistie hier al in de aardse Kerk, waarin een voorproef wordt gegeven van de hemelse zaligheid. “Daar Kerk en Eucharistie onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn, dienen van hieruit alle andere vragen die met de verhouding van Kerk en Rijk Gods samenhangen, benaderd te worden”.

In de daarop volgende bijdrage van de Leuvense godsdienstantropoloog Valeer Neckebrouck wordt vanuit een geheel andere invalshoek aangetoond hoezeer de theorie van William Smith Robertson over de empirische realiteit van vroege menselijke samenlevingen (vooral die van het volk van Israël) stuk loopt. De hostie is geen totem! Godsdienstige groepsvorming is niet te verstaan tenzij vanuit een godsdienstig gegeven, dat niet vàn de groep is maar boven de groep uitgaat, deze samenbrengt en verbindt. Tenslotte is er een kerkrechtelijke bijdrage van Bart Putter. Dit artikel kan, net zoals het vorige, los van het thema gelezen worden, maar staat er toch ook niet helemaal los van. Wanneer het Rijk van God en de Kerk bij elkaar horen, wat is dan de status van iemand die ‘middels een formele act’ uit de Kerk treedt maar toch gedoopt blijft: kind van God en van zijn Rijk? Nieuwe situaties en andere tijden vragen om een nadere canonieke bezinning en aangepaste regelingen waarin zowel de persoonlijke beslissing gerespecteerd wordt alsook de band met God via het doopsel recht wordt gedaan. Een bespreking door Pierre Hernalsteen van een studie van de hand van redacteur Ivo Brosens over de toelaatbaarheid van reproductieve geneeskunde aan katholieke universiteiten kan inzicht geven in de soms netelige ethische positie van katholieke universiteiten als die van Leuven en Nijmegen.

Wat betreft de huidige situatie van het Internationaal Katholiek Tijdschrift Communio zijn wij blij u te kunnen meedelen dat een publiciteitscampagne honderden aanvragen vanuit Nederland en Vlaanderen heeft opgeleverd om nader kennis te maken met de Nederlandstalige editie van ons tijdschrift. Velen hebben deze kennismaking trouwens reeds omgezet in een vast abonnement. Mogen deze en volgende afleveringen vele lezers aanzetten zich verder te blijven verdiepen in een analyse van geloof, cultuur en samenleving in een katholiek en internationaal perspectief – middels ons tijdschrift, dat binnen de keten van de 14 andere edities reeds 30 jaar bestaat, en een nieuwe jeugd ingaat. 

Meer uit deze jaargang: