Het laatste nummer van jaargang 2017 is gewijd aan een centrale thematiek binnen het christelijke mensbeeld en daarmee samenhangend de christelijke sociale leer, namelijk de vrijheid. Meer specifiek wordt in dit nummer de verhouding behandeld tussen de individuele vrijheid van personen en groepen enerzijds en de rol van de overheid anderzijds.

Volgens de klassieke, christelijke visie op de menselijke persoon horen vrijheid, verantwoordelijkheid en geweten bij elkaar. In een samenleving waarvan de overheid deze basisbeginselen deelt, heeft het wettelijke gezag ook een opvoedende rol in de gewetensvorming. Wanneer een lekenstaat echter andere ideologische uitgangspunten kiest die tegen een christelijke antropologie ingaan, kunnen er gewetensconflicten ontstaan en kunnen er effectieve belemmeringen opgelegd worden aan de menselijke vrijheid. Zowel de vervolgingen tijdens de Franse Revolutie (waaronder de executie van de karmelietessen van Compiègne) als de verschillende dictaturen uit de twintigste en eenentwintigste eeuw vormen hier gruwelijke voorbeelden van.

De bijdragen in dit nummer van Communio behandelen verschillende actuele aspecten van deze problematiek. In een eerste, fundamentele bijdrage gaat Herman De Dijn in op de plaats van religie in een seculiere staat en op de ideologische veronderstellingen die ten grondslag liggen aan stromingen die godsdienst tot de particuliere sfeer willen terugdringen. Het artikel van Fred van Iersel sluit hier inhoudelijk nauw bij aan. Van Iersel beschrijft het publieke karakter van de godsdienst en betoogt dat christendom en democratie elkaar kunnen versterken en uit dien hoofde een gezamenlijke opdracht hebben.

De volgende bijdragen zijn gewijd aan potentiële conflictueuze casussen die kunnen ontstaan wanneer een ideologie, die door de overheid gehuldigd wordt, indruist tegen de fundamentele waarheden van een christelijk mensbeeld. Het artikel van Ton Meijers is canoniek- en civielrechtelijk van aard. De auteur beschrijft de betekenis van het biechtgeheim als een meest strikte en absolute vorm van beroepsgeheim en de draagwijdte van eventuele acties vanwege de burgerlijke overheid om te trachten het biechtgeheim op te heffen. Lambert Hendriks behandelt vanuit fundamenteel moraaltheologisch perspectief de verhouding tussen Kerk en staat en de rol van het individuele geweten in verband met enkele conflictsituaties, zoals onder andere die van ambtenaren die weigeren verbintenissen te sluiten tussen mensen van hetzelfde geslacht of van medisch personeel dat geconfronteerd wordt met ernstige casussen zoals rond abortus, euthanasie of geslachtsveranderende operaties.

Yvonne Koopman, die in Nederland het proselitisme heeft aangetoond van bepaalde drukkingsgroepen in verband met de seksuele voorlichting op scholen en op school-TV, getuigt van haar ervaringen hieromtrent. Ze zet helder uiteen hoe, met name in het onderwijs en in vanuit de overheid gestuurde voorlichting, met een onrustwekkende regelmaat de grenzen overschreden worden tussen datgene wat behoort tot de opdracht van de ouders en datgene wat de school als haar missie beschouwt. Broeder René Stockman reflecteert over de implicaties van een recent bevolkingsonderzoek in Vlaanderen, waaruit blijkt dat in toenemende mate mensen positief zouden staan tegenover een herinvoering van de doodstraf, en de samenhang daarvan met de heersende mentaliteit rond euthanasie.

De beide laatste artikelen gaan nader in op het thema van de vorming van het individuele geweten en de betekenis hiervan met het oog op het innemen van verantwoorde stellingnames als een bijdrage aan de samenleving. Jan-Jaap van Peperstraten behandelt de rol die literatuur kan spelen bij de vorming van het geweten. Juist vanuit de openheid voor het levensverhaal van de ander, dat ons in lectuur tegemoet komt, ontdekken we onze gezamenlijke roeping om te bouwen aan een broederschap tussen mensen. Aan de hand van elementen uit de jezuïtische spiritualiteit geeft Jos Moons handreikingen voor het komen tot gewetensvolle beslissingen met het oog op de concrete situaties en de specifieke gevoeligheden van alle betrokkenen.

Namens de redactie en de beheerraad van Communio wil ik u oprecht danken voor uw betrokkenheid bij ons tijdschrift. We hopen ons ook in het komende jaar in uw belangstelling te mogen verheugen.

F. De Rycke