Ter inleiding
Het vieren van de grote geheimen van ons geloof, vooral dat van het Paasmysterie, doet ons beseffen hoe kostbaar die gave eigenlijk is. Het gelovig zijn is daarbij niet alleen een geschenk voor de gelovige zelf, maar zal leiden tot getuigenis. Het geloof dat ieder persoonlijk beleeft, wordt ten volle vruchtbaar als het op verschillende manieren zijn weg vindt naar de ander en naar de gemeenschap. Dat is het thema van dit nummer van Communio. Het getuigenis wordt het meest effectief gegeven in concrete voorbeelden van geloof. Stefaan Van Calster schetst het leven van de Letse bisschop Sloskans, voor wie een zaligverklaringsproces loopt. In dit artikel wordt op een heel concrete manier geschilderd welke elementen uit zijn leven een duidelijk getuigend karakter hebben. Natuurlijk is getuigenis afleggen van het geloof niet iets van heiligen en zaligen alleen.

Jozef Wissink schrijft over het sacrament van het vormsel, dat iedere gelovige toerust met de heilige Geest om dit getuigenis van God en het geloof te kunnen en durven geven. Hij laat zien welke overwegingen een rol spelen bij de praktische bepalingen rond het vormsel. Getuigenis afleggen gebeurt zeker niet alleen met woorden, maar ook met daden, zo maken de drie volgende artikelen ons duidelijk. Erik Sengers wijst op het belang van de diaconie en de “caritas” in de geloofsgemeenschap, waardoor het getuigenis concreet gegeven wordt. In een reflectie op Evangelii nuntiandi laat Valeer Neckebrouck de fundamenten zien van de missionering die in dit kerkelijke document aan het licht komen. De tijd van missionering is zeker niet voorbij en gebeurt in woord en daad.

In een artikel van Lambert Hendriks over het “scandalum” wordt duidelijk hoe het leven van een gelovige zowel een positief getuigenis kan zijn, als ook juist een aanstoot voor anderen wanneer dit getuigenis vervormd is. Tenslotte volgen enkele verdiepende theologische artikelen. Kristof Struys legt in zijn beschouwing uit hoe dé getuige bij uitstek Jezus Christus is. Hij legt getuigenis af van de Vader, en zij die in Jezus geloven delen in die rol; het is op die manier dat ook de gemeenschap getuigenis aflegt van God. Vervolgens spreekt Bernhard Körner over de geloofsact als getuigenis. Hij wijst erop dat geloven altijd met personen van doen heeft, en niet met het bewaren van een zaak. Juist in deze relatie tot anderen komt het getuigenisaspect naar voren. De bijdrage van kardinaal Walter Brandmüller gaat expliciet in op de rol die de Kerk in Europa kan en zou moeten vervullen bij het afleggen van getuigenis. Hierbij gaat het niet alleen om geloofsverkondiging, maar minstens zo belangrijk is het getuigen van de menselijke waarden. Moge dit nummer de lezer inspireren en bemoedigen om geloof en leven tot een waarachtig getuigenis te laten zijn van Gods goedheid en liefde.

Meer uit deze jaargang: