In een cultuur waarin ‘progressief’ en ‘conservatief’ gelden als quasi alomvattende categorieën die op een vage manier de sociale wenselijkheid respectievelijk laakbaarheid van ideeën en gedragingen kwalificeren, vormt ‘traditie’ een moeilijk onderwerp. Toch impliceert afbreuk doen aan traditie een miskennen van het historische gesitueerd-zijn van de mens, die enkel kan leven en denken in het heden vanuit een verworteling in het verleden en met een perspectief van hoop op toekomst.

In dit nummer van Communio besteden we aandacht aan verschillende aspecten van de Traditie als een theologisch basisconcept. Mgr. Joris Schröder noemt in de eerste bijdrage verschillende dimensies van het gegeven van de Traditie. Vervolgens wordt nader ingegaan op twee theologen, die van grote invloed geweest zijn op het moderne denken over Traditie en dogmaontwikkeling. Naar aanleiding van een citaat in de encycliek Lumen fidei van paus Franciscus, gaat Bernhard Hegge nader in op Romano Guardini’s voorstelling van de ‘katholieke wereldbeschouwing’ en de samenhang daarvan met de thema’s van geloof en Traditie. Newman-specialist Rik Achten behandelt vervolgens de visie van de Engelse kardinaal op de ontwikkeling van de christelijke geloofsleer.

Het onderscheid tussen de éne Traditie als een fundamenteel ecclesiologisch gegeven (een “levend doorgeven, in de heilige Geest tot stand gebracht…, waardoor de Kerk in haar leer, leven en eredienst alles wat zijzelf is en alles wat zij gelooft, bestendigt en aan alle geslachten doorgeeft” CKK 78) en de verschillende deeltradities gaat terug op de Franse dominicaan Yves Congar. Aan Congars denken, in verbinding met de ‘hermeneutiek van de hervorming’ van paus Benedictus XVI, is de bijdrage van Kees van Vliet gewijd.

Aan de hand van de ontwikkelingen in de liturgie, die in de loop van de twintigste eeuw hebben plaatsgevonden, illustreert dom Johan te Velde osb hoe de Kerk zich ontwikkelt als een levend organisme, in een voortdurend samengaan van overlevering, herbronning en vernieuwing.

De laatste bijdrage is van methodologische aard. De Franse jezuïet Henri Crouzel (†2003) toont in dit artikel hoe de Overlevering van de Kerk als een voortschrijdend inzicht in de geloofswaarheden enkel kan geschieden op basis van een gedegen bronnenstudie. Aan de hand van nauwkeurige tekstanalysen weet Crouzel verschillende vooronderstellingen te benoemen die bij recente interpretaties van Bijbelse en patristieke teksten een impliciete maar leidende rol gespeeld hebben. De fundamentele bijdrage van Crouzel maakt duidelijk dat zowel een polemisch als een apologetisch activisme al te vaak onrecht doen aan de bronteksten en daarmee ook aan de levende Traditie van de Kerk.

F. De Rycke