Geloof, cultuur en samenleving. Een wederzijdse verrijking

Met het thema “geloof en cultuur” raken we aan het hart van de doelstelling en zending van ons tijdschrift. Volgens de intentie van de stichters is het immers de opdracht van Communio om bij te dragen aan precies de ontmoeting tussen cultuur en geloof.

Vanwege het belang van deze thematiek is ervoor gekozen een dubbelnummer aan dit onderwerp te wijden. De redactie heeft daarbij getracht om het thema breder te benaderen dan louter vanuit het klassieke oogpunt van de bestudering van de culturele uitingsvormen van het geloof. De wisselwerking tussen geloof en cultuur vindt immers op velerlei manieren plaats. Niet enkel de kunstenaars – die in hun werk uiting geven aan de schoonheid van God, die Zich manifesteert in de wonderen van de schepping – maar alle gelovigen hebben de opdracht om “zout der aarde” te zijn (Mt. 5, 15) en in deze wereld “te getuigen van de hoop die in hen leeft” (1 Petr. 3, 15). Aan deze verschillende dimensies van de dialoog tussen geloof, cultuur en samenleving willen we in dit nummer aandacht besteden.

De afzonderlijke delen waaruit dit nummer bestaat, tonen verschillende zijden van deze dialoog. De beschouwingen van Valeer Neckebrouck over de mogelijke definities van het begrip ‘cultuur’, dat centraal staat in dit nummer, geven een inleiding tot de thematiek. Enkele fundamentele dimensies van de zending en opdracht van de lekengelovigen in de samenleving worden aan de hand van een aantal leerstellige documenten belicht door Mgr. Joris Schröder. Mirjam Spruit bekijkt hetzelfde onderwerp vanuit het perspectief van de nieuwe Evangelisatie, waarover ze recentelijk ook een Compendium samenstelde.

Na deze bijdragen van algemene aard, worden een aantal specifieke beroepsgroepen behandeld, telkens vanuit een tweeledig perspectief: enerzijds een fundamentele beschouwing over de invloed van het geloof bij de uitoefening van een specifieke professie, en vervolgens een overweging vanuit de praktijk.

Een eerste, zeer actueel maar ook uitermate complex thema wordt aangeroerd door Ignace Verhack. Tegen de achtergrond van het concept van de dialoogschool stelt hij de uitdagende vraag, wat het katholiek onderwijs nog aan de samenleving te bieden heeft. De daaropvolgende bijdrage van Titus Frankemölle, rector van enkele middelbare scholen en voorzitter van de Nederlandse Katholieke Schoolraad, handelt eveneens over het katholiek onderwijs, maar dan in een ander land en vanuit een ander perspectief.

Met de economie wordt een geheel andere context aangesproken, waarbinnen christenen geroepen zijn om hun stem te laten horen. Vanuit het oogpunt van de sociale leer van de Kerk geeft Truus Verheijen een kritische analyse van het gangbare denken en handelen rond een aantal centrale thema’s binnen de huidige economie. De auteur roept op tot een morele herwaardering van het reële belang van ondernemingen, dat louter economische groei en financiële belangen van aandeelhouders overstijgt. Eric Holterhues noemt in zijn bijdrage nog een aantal andere wezenlijke invalshoeken die betrekking hebben op ditzelfde thema.

Na de economie vormen ook samenleving en politiek belangrijke invloedssferen, waaraan christenen geroepen zijn hun bijdrage te leveren. Frank van den Heuvel benoemt een aantal aspecten uit de sociale leer van de Kerk die hem tot richtsnoer zijn bij het dragen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vervolgens geeft Gouverneur Theo Bovens, commissaris van de Koning in de Nederlandse provincie Limburg, een getuigenis hoe hij als christelijk bestuurder bewust werkt aan verbondenheid in de samenleving.

Van oudsher zijn christenen actief in de gezondheidszorg. Kardinaal Wim Eijk geeft in een grondige studie over euthanasie en voltooid leven een actueel voorbeeld hoe christenen kunnen bijdragen aan een klimaat waarin niet enkel uiterlijke, maar ook innerlijke vrijheid gewaarborgd zijn en kunnen groeien. In aansluiting hierbij geeft professor Frans van Ittersum, verbonden aan het VU medisch centrum in Amsterdam en voorzitter van het Netwerk Katholieke Zorgprofessionals Nederland, een getuigenis over de deskundige toewijding van een christen in de hedendaagse gezondheidszorg.

In het eerste deel van dit dubbelnummer wordt aandacht besteed aan de zendingsopdracht van de christenen om het licht van Christus uit te dragen in de wereld. Het artikel dat dit deel besluit, gaat nader in op een concrete en beproefde methode, die jonge mannen en vrouwen begeleidt in hun groei naar volwassenheid en hen op een geleidelijke wijze leert om steeds grotere verantwoordelijkheid op te nemen in de samenleving. Pierre François beschrijft de theoretische basis en de concrete manieren waarop deze doelstellingen gerealiseerd worden binnen de Internationale Unie van Europascouts en -gidsen, die de oorspronkelijke idealen van Baden Powell huldigen en scouting beleven vanuit een authentiek christelijke geest.

De bijdragen die verzameld zijn in het tweede deel van dit nummer, behandelen uit thematisch oogpunt de meer klassieke vraagstelling omtrent artistieke uitdrukkingsvormen van het christelijke geloof. Enkele fundamentele beschouwingen van paus Benedictus XVI over schoonheid, kunst en evangelisatie worden door Jörgen Vijgen gepresenteerd. Aan de visie van de orthodoxe auteur Olivier Clément op de crisis van de schoonheid is de bijdrage van Pablo Semper Ballester gewijd.

Hierna worden een aantal specifieke kunstvormen nader bekeken. Ton Meijers beschrijft de rol van kerkmuziek en de waarde die de Kerk hecht aan (muziek-)kunst als een uitingsvorm van menselijke cultuur. In zijn bijdrage over liturgie en architectuur bestudeert Michel Remery de essentie van sacrale architectuur tegen de achtergrond van de theologische ontwikkelingen in de twintigste eeuw. Bekend bij een breed publiek zijn de spirituele beschouwingen van de twintigste-eeuwse Nederlandse priester Henri Nouwen bij Rembrandts schilderij van de Verloren Zoon. Ruud Gouw geeft een opmerkelijke exegetische analyse van de meervoudige receptie van één van Jezus’ meest bekende parabels in schilderkunst en religieuze literatuur.

In de jaren ‘70 van de twintigste eeuw werd in het Argentijnse Matará een interessant houten kruis uit de zestiende eeuw ontdekt. De houtsneden op dit kruis getuigen van de catechetische missie-ijver van de jezuïeten. Zuster Maria Sterre der Zee Klessens ssvm verklaart de symboliek van dit kunstwerk, dat de evangelische boodschap verkondigt in de beeldtaal van de lokale stammen en dat raakt door zijn ouderdom en eenvoud.

Van de levende traditie van de religieuze kunst spreekt de bijdrage van Noortje van Seters. De auteur, die studeert aan het “Centro Aletti” te Rome, beschrijft in haar bijdrage de werking van dit vormingsinstituut, dat onder leiding staat van de Sloveense theoloog en kunstenaar Marko Ivan Rupnik sj, die als een wereldvermaarde autoriteit geldt op het gebied van hedendaagse religieuze kunst.

Dit nummer van Communio over geloof, cultuur en samenleving wordt besloten door pastoor Rudi Mannaerts. Als verantwoordelijke voor het toeristenpastoraat in Antwerpen maakt hij duidelijk hoe zowel de klassieke als de moderne kunstschatten, die onze kerken huisvesten, een aanleiding kunnen zijn om te komen tot evangelisatie en geloofsverkondiging.

Namens de redactie wens ik u veel leesplezier toe en verrijkende inzichten over onze zending als gelovigen om in deze wereld te getuigen van het geloof en van de hoop, die in ons leven.

F. De Rycke