Precies honderd jaar geleden verscheen de Moeder Gods te Fatima aan drie kinderen, van wie twee recentelijk door paus Franciscus heiligverklaard werden. In het kader van dit jubileum vond in mei 2017 in het Sint-Janscentrum te ’s-Hertogenbosch een bijeenkomst plaats over de actuele betekenis van de boodschap van Fatima, mede georganiseerd door het religieuze instituut van de “Dienaressen van de Heer en van de Maagd van Matará” (informeel bekend als de ‘Blauwe Zusters’).
De teksten van de lezingen, die bij deze gelegenheid gehouden werden, vormen de kern van dit nummer. Zij worden voorafgegaan door twee inleidende teksten. Als een proloog op dit nummer van Communio geldt de homilie die emeritus-paus Benedictus XVI uitsprak bij gelegenheid van zijn pelgrimage naar Fatima op 13 mei 2010. Benedictus XVI plaats daarin de Mariaverschijningen te Fatima in een breder fundamenteel-theologisch kader.
In een tweede artikel schetst prof. Gerard van den Aardweg de religieuze en sociale verhoudingen in Portugal aan het begin van de twintigste eeuw. De auteur gaat vervolgens nader in op de climax van de verschijningen, namelijk het zonnewonder op 13 oktober 1917, dat hij beschrijft als de niet-verbale apotheose van de verschillende boodschappen en als een sleutel voor het verstaan van de historische ontwikkelingen die erop gevolgd zijn en tot in onze dagen voortwerken.
De drie volgende artikelen gaan terug op de studiedag in het Sint-Janscentrum. De auteurs zetten telkens een wezenlijk aspect van de boodschappen van Fatima uiteen. Pater Gonzalo Ruiz Freites ive behandelt de thema’s van lijden en offer, die een belangrijke betekenis hebben binnen het geheel van de boodschappen en in het leven van de kinderen, maar die een Bijbels-theologische reflectie verdienen.
Mgr. Jan Hendriks belicht een ander essentieel aspect van de verschijningen te Fatima, namelijk de oproep tot toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria. De auteur gaat nader in op theologische vragen die dienaangaande gesteld kunnen worden en schetst de historische ontwikkeling van dit motief.
Aan de opmerkelijke plaats die Rusland inneemt binnen de boodschappen van Fatima is de bijdrage van zr. Anima Christi ssvm gewijd. Zuster Anima was jarenlang generale overste van de “Dienaressen van de Heer en van de Maagd van Matará”. Na afloop van haar canonieke termijn werd zij provinciale overste in Rusland. Haar relaas heeft dan ook een sterk persoonlijk, getuigend karakter.
Pastoor Jeroen Smith stelt in een daaropvolgende bijdrage het gegeven aan de orde dat de boodschappen van Fatima oorspronkelijk tot kinderen gericht waren. De auteur onderzoekt het belang van dit fenomeen en reikt catechetische suggesties aan omtrent de manier waarop de soms ernstige en zware aspecten van de boodschappen benaderd kunnen worden bij de geloofsoverdracht aan kinderen.
De bijdrage van Enno Dijkema staat los van het thema “Fatima”. De auteur kijkt met de bril van ingenieur én gelovige naar de werkelijkheid om ons heen en beschrijft hoe de schepping betekenis krijgt vanuit haar verwijzing naar God, die ons uitnodigt om deel te krijgen aan de Liefde die Hijzelf is.
F. De Rycke