Voor het vijfde jaar achtereen is het eerste nummer van Communio gewijd aan een deel van het Onzevader. De bede gericht tot onze hemelse Vader om ons niet in beproeving te brengen, roept de nodige vragen op, zowel wat de vertaling als de inhoud betreft. M. Poorthuis onderzoekt de mogelijke vertalingen ‘bekoring’ en ‘beproeving’ en motiveert de keuze die de Nederlandse en Belgische bisschoppen hebben gemaakt in de onlangs herziene vertaling van het Onzevader.

J. Bastiaens verkent hoe de beproeving door God wordt opgevat in de joodse traditie. C. van Vliet onderzoekt ervaringen van beproeving als momenten waar God Zich laat ontmoeten en pleit voor de menselijke kwetsbaarheid als een locus theologicus, een plaats van Godskennis.

Buiten het thema is de vertaling opgenomen van een artikel van paus Benedictus XVI, waarin hij zijn theologische beschouwingen over de betekenis van het jodendom in relatie tot de katholieke Kerk geeft. Zijn reflecties zijn van belang voor het verdere gesprek tussen katholieken en joden. Kardinaal Eijk tenslotte blikt terug op de wordingsgeschiedenis van de encycliek Humanae vitae en licht de ontvangst en de betekenis van dit kerkelijk document voor een gelovige opvatting over geboorteregeling toe.

B. Hartmann