Editoriaal

Als laatste in de serie van de notae ecclesiae, de wezenlijke kenmerken van de Kerk, is dit nummer van Communio gewijd aan de “eenheid” van de Kerk. Hoewel het laatste in deze serie, is het toch het eerste kenmerk dat in de geloofsbelijdenis van de Kerk genoemd wordt. Dat drukt het bijzondere belang van deze eenheid duidelijk uit.

De eenheid van de Kerk is een bijzonder delicaat thema. Van de ene kant is juist deze eenheid iets waaraan tegenwoordig nog hard gewerkt moet worden, aangezien er voortdurend en in alle tijden bedreigingen op de loer liggen. Scheuringen, afsplitsingen, maar ook onderlinge ver- deeldheid zijn een vaak terugkerend thema in de kerkgeschiedenis. Van de andere kant is dezelfde eenheid ook steeds op een of andere wijze al aanwezig, omdat God zijn ene Kerk blijft leiden en zij de plaats is waar Hij bij zijn volk aanwezig is. Christus staat aan het hoofd van de ene Kerk die Hij heeft gewild.

Het belang van de opdracht aan de Kerk om één te blijven, hangt zeker ook samen met het vurige gebed van Jezus in het Evangelie opdat zijn leerlingen één zouden zijn en blijven (Jn. 17, 21). Ook de andere wezenskenmerken van de Kerk hebben natuurlijk een basis in de heilige Schrift, maar we kunnen de “eenheid” in het Johannesevangelie heel ex- pliciet herkennen. Vervolgens is er nog een andere reden waarom de een- heid, meer dan de andere kenmerken van de Kerk, zo in het oog springt. Deze heeft te maken met de eigen dynamiek van de “eenheid”. Terwijl de verwezenlijking van de Kerk een gave van God blijft, zijn tegelijkertijd de gelovigen geroepen om die gave waar te maken. En waar het bij de heiligheid van de Kerk een roeping betreft naar alle gelovigen toe, is de eenheid iets dat in eerste instantie geassocieerd wordt met de opdracht aan structuren en aan de leiding van de Kerk.

Inderdaad denkt men bij de “eenheid” van de Kerk eerst en vooral aan die elementen waar de eenheid nog ontbreekt. Aan de gebreken herkent men dat wat er eigenlijk had moeten zijn. Het grote schisma met de oosterse Kerken, en ook de breuk met de protestanten, zijn diepgewor- telde wonden in de eenheid van de Kerk. Langs verschillende manieren – en met wisselend succes – probeert men deze scheuringen ongedaan te maken of op z’n minst aan betekenis te laten inboeten. Er worden af en toe kleine stappen vooruit gezet, maar voorlopig zal het nog wel even zo blijven dat de betekenis van de eenheid van de Kerk slechts ervaren wordt door de momenten van gebrek aan eenheid.

Overigens is de kwestie van de eenheid van de Kerk geenszins alleen een zaak van het bestuur van de Kerk. Het heeft bijzonder veel te ma- ken met de houding en de overtuiging van de gelovigen, die al dan niet gericht zijn op eenheid. De weg van de oecumene is een zaak van iedere gelovige, maar meer nog dan dat is bijvoorbeeld ook de eenheid binnen de rooms-katholieke Kerk als zodanig voortdurend een uitdaging en een ideaal in de toekomst. We zijn geroepen om te leven naar de gaven die we van God ontvangen; met de gave van de eenheid is dat niet minder het geval.

In dit nummer spreekt de bisschop van Rotterdam, Mgr. Hans van den Hende, over die twee aspecten van de eenheid: het is een gave en een roeping tegelijk. Waar God in onze wereld is, daar zal het overigens steeds aankomen op de spanning van een ideaal dat tegelijkertijd reeds een ver- werkelijking vindt. Heel in het bijzonder geldt dat bijvoorbeeld voor de liturgie. Joris Geldhof laat zien hoe juist ook de viering van de liturgie alles te maken heeft met het beleven van eenheid in de Kerk. Bij het thema van de eenheid neemt de oecumene met de andere christenen, en in het bij- zonder met de orthodoxe Kerken, een bijzondere plaats in. Hier ervaren we kansen en mogelijkheden om een gebroken eenheid te herstellen. Jan- Heiner Tück geeft in een mooie bijdrage aan hoe het primaatschap van de paus kansen biedt om tot een herstel van de eenheid te komen. Een beschrijving van de oecumene met meer specifiek de orthodoxe Kerken wordt geboden door Kees van Vliet, terwijl kardinaal Kurt Koch spreekt over de verhouding tussen de katholieke Kerk en de andere christelijke kerken en gemeenschappen in het licht van de oecumene.

Zo wordt op verschillende manieren de weg duidelijk die nog te gaan is, en tegelijkertijd de grootsheid van het geschenk van de eenheid zoals God dat voor ons bereid heeft.

Buiten thema, tenslotte, geeft Bernard Bruning ons een mooi inkijkje in de visie van Augustinus op Christus als geneesheer. Het is een artikel dat aflevering 2/2014 van Communio aanvult.

Namens de redactie, Dr. Lambert Hendriks

Uit de huidige jaargang: