Dit eerste nummer van het nieuwe jaar staat in het teken van de universiteit. In dit tijdsgewricht staat de mens vaak kritisch of zelfs wantrouwend ten aanzien van de wetenschap. Het zoeken naar de waarheid is desalniettemin een opdracht die deel uitmaakt van het diepste wezen van de mens. In dit nummer geven een aantal artikelen duiding aan de plaats die de universiteit inneemt in het wetenschappelijk bedrijf en de bredere taak van de universiteit binnen de maatschappij. Vrij onopvallend heeft inmiddels een jaar geleden voor dit tijdschrift de overgang naar een nieuwe hoofdredacteur voor Nederland plaatsgevonden. Deze geruisloze wisseling doet echter geen recht aan de grote verdiensten die pater Gerard Wilkens SJ heeft voor het tijdschrift Communio. Vandaar dat we dit nummer heel speciaal aan hem willen opdragen: uit oprechte dankbaarheid voor alles wat hij als hoofdredacteur voor Communio heeft betekend en voor de heldere visie waarmee hij de richting van de Nederlands-Vlaamse editie heeft bepaald. Het is ook niet zonder betekenis dat juist dit nummer aan pater Wilkens wordt opgedragen. Namens de redactie geeft Mgr. Joris Schröder daar uitleg over in een woord van dank. Eervol een stapje terug: pater dr. Gerard Wilkens SJ

Zelfs trouwe lezers van dit tijdschrift kan het ontgaan zijn. Het adres van de redactie in Nederland is ongewijzigd gebleven, maar de functie van hoofdredacteur van Nederlandse zijde wordt sedert begin 2012 ingenomen door dr. Lambert J.M. Hendriks (1978), priester van het bisdom Roermond, docent filosofische ethiek en moraaltheologie aan het grootseminarie Rolduc. Dit betekent dat pater dr. Gerard Wilkens SJ (1940) als hoofdredacteur is teruggetreden en nu lid is van de redactie. Gerard Wilkens staat aan de wieg van de Nederlandstalige editie van het internationale katholieke tijdschrift Communio. Voor Vlaanderen heeft Mgr. dr. Stefaan Van Calster na enkele jaren dr. Peter Schmidt als hoofdredacteur vervangen. Pater Wilkens is sedert enige tijd de zeventig gepasseerd. Uit ervaring weet ik dat het dan vaak geëigend is om het levensritme enigszins te vertragen en sommige activiteiten in meer of mindere mate los te laten. Dat heeft pater Wilkens gedaan, wetend dat efficiënt regeren altijd ook betekent dat je vooruit moet zien. Een nieuwe generatie goed gevormde katholieken, priesters en leken in open dialoog, dient de verschillende facetten van het kerkelijke leven mede gestalte te geven en garant te staan voor de toekomst. Daartoe behoort ook de zorg voor de continuïteit van dit tijdschrift.

Intentie
Communio is een blad dat wereldwijd probeert op wetenschappelijk verantwoorde wijze artikelen uit te brengen, die ingaan op vragen welke op dit moment binnen de Kerk en in onze cultuur leven, zonder daarbij te specialistisch of technisch te worden. Dit geschiedt vanuit de levende traditie van de katholieke Kerk en haar leergezag, zonder beargumenteerde kritiek te schuwen en steeds in vruchtbare samenspraak met de Kerk van overal en altijd. Op instigatie van de Zwitserse theoloog en kardinaal-elect dr. Hans Urs von Balthasar (1905-1988) – door paus Johannes Paulus II blijkens onder meer diens frequente citaten en verwijzingen hoog geapprecieerd – is het tijdschrift van meet af aan ook een internationaal kerkelijk forum en theologisch-culturele beweging, die de katholiciteit vanuit Jezus Christus en zijn ene Kerk samenhangend voor het voetlicht van de wereld wil brengen. Vanuit mijn deelname daaraan, al weer decennia geleden, weet ik dat vooral de jaarlijkse internationale redactiebijeenkomsten de intentie van het blad goed illustreren. Ook al is de context niet meer de soms wat defensieve sfeer van de eerste tijd na het Tweede Vaticaans Concilie, toch blijven die samenkomsten vaak een impuls geven aan contacten en ontwikkelingen binnen de Catholica wereldwijd.

Je leert om over de muren van eigen bisdom, kerkprovincie of continent heen te kijken. Dat stelt eisen aan de persoon in kwestie, maar het is meestal ook heel vruchtbaar. In ieder geval moet men ervoor op reis, iets wat pater Wilkens nimmer heeft geschuwd. Dit overigens zonder het gewone handwerk achterwege te laten: vergaderingen uitschrijven, zelf vertalingen maken, telefoneren (‘Hier, met Gerard’ – waarbij je aan de andere kant van de lijn je soms afvroeg: ‘welke taak zal ik nu weer toebedeeld krijgen?’), de eindredactie van sommige teksten voeren: het hoorde er allemaal bij, decennia lang.

Sociëteit van Jezus
Artikelen in dit tijdschrift of elders heeft Wilkens bij mijn weten slechts in beperkte mate gepubliceerd. In mijn bibliotheek staat Gaandeweg tot de orde geroepen (Gottmer, Nijmegen 1978) en ik beschik tot mijn verrassing ook over een Franstalige uitgave van dit boek. Deze publieksuitgave van het proefschrift dat pater Wilkens kort tevoren in Münster met succes had verdedigd, biedt een historische schets van de medemenselijke verhoudingen rond Ignatius bij de wording van de jezuïetenorde. Daarbij ligt de nadruk op de dynamiek van de intermenselijke betrekkingen bij de groei van de sociëteit, met apostolaat en gehoorzaamheid als sleutelwoorden. Onderscheiding, het verschaffen van oordeelscriteria, dienst aan Kerk en theologie komen duidelijk naar voren. In de kring van Communio – denk aan de vroege medewerking van mensen als Henri de Lubac en later de leiding van het tijdschrift door Peter Henrici, beiden leden van de sociëteit – hebben deze kwaliteiten steeds centraal gestaan. In dat kader heeft pater Wilkens van meet af aan het grote belang gezien om medewerkers van seminaries en diocesen nauwer in contact te brengen met katholieke theologen en (andere) hoogleraren van universiteiten in ons taalgebied. Het is daarom passend dat deze bescheiden bijdrage over zijn persoon verschijnt in een nummer dat gewijd is aan de universiteit.

Kerstening van het intellect
Rolduc was en is zijn thuisbasis en hij was allereerst daar spirituaal. Om retraites te geven in binnen en buitenland, om priesters en andere mensen te begeleiden of om alle mogelijke motieven was hij tegelijkertijd voortdurend onderweg. Niet om vakantie te houden, want dat woord heb ik nooit uit zijn mond kunnen vernemen. Als “vliegende Hollander uit het Zuiden” – zeker toen hij nog niet als geestelijk directeur betrokken was bij de priesteropleidingen in Haarlem, Den Bosch en Breda – reisde pater Wilkens stad en land af om kennis te maken met potentiële auteurs, om jonge theologen voor bijdragen aan Communio uit te nodigen of om symposia te bezoeken waardoor katholieke wetenschappers beter gingen beseffen dat zij nooit alleen staan en dat zij dienstbaar kunnen zijn aan onze wereldkerk. Al werd die term enkele decennia geleden nog zelden gebruikt, Wilkens is altijd een netwerker geweest en besefte steeds hoe belangrijk het is dat katholieken soortgenoten ontmoeten en zich door hen bevestigd weten: het Katholiek Nieuwsblad, de katholieke academies her en der, Maria Mater-groepen en misschien nog andere instanties en instituties hebben, vooral in hun aanloopfase, van de gedrevenheid van pater Wilkens ruimschoots mogen profiteren. Als het belang dat waard is weet hij ook de meeste bisschoppen via individuele contacten voor zijn goede zaak te winnen. Anders dan over zijn oud-collega pater Piet Penning de Vries SJ (vgl. J. Hermans, Recente Nederlandse kerkgeschiedenis in spiritueel perspectief bijdrage tot een biografie, Colomba, Oegstgeest 2012) zal over pater Gerard Wilkens misschien niet zo snel een biografie verschijnen. Immers, zoals gezegd, hij heeft tot nu toe geen omvangrijk oeuvre gepubliceerd. Her en der blijft hij als spirituaal dienstbaar en hij zal de redactie van Communio ongetwijfeld met zijn adviezen en medewerking willen blijven steunen. In die redactie is Mgr. dr. Stefaan Van Calster de stabiele en ervaren hoofdredacteur voor Vlaanderen, terwijl Nederland in de persoon van vice-rector dr. Lambert Hendriks een nieuwe energieke voorman heeft.

Hier is geprobeerd in enkele zinnen en vanuit een nogal specifiek oogpunt enig licht te laten schijnen over een stukje concrete geschiedenis van de Kerk in Nederland gedurende de laatste decennia. Kerstening van het intellect en bruggen bouwen tussen katholieke academici: dat alles past helemaal in de traditie van Ignatius en is een apostolaat waarvan de doeltreffendheid zich moeilijk laat meten. Een eervolle vermelding van pater dr. Gerard Wilkens SJ is alleszins op zijn plaats en verder is wat hij deed en nog steeds doet vooral “ad maiorem Dei gloriam”.

Mgr. drs. Joris Schröder voor de redactie(raad)

Meer uit deze jaargang: