De beroemde uitspraak van diaken Laurentius, die door zijn vervolger keizer Valerianus gevraagd werd om de schatten van de Kerk bij hem te brengen, geeft de hechte band aan tussen het christelijke geloof en de armoede. “Zie hier de schatten van de Kerk”, antwoordde Laurentius, terwijl hij tal van armen voor de keizer bracht. Armoede heeft in deze zin een dubbele connotatie: van de ene kant duidt zij op een situatie die er niet zou moeten zijn en die op een pijnlijke manier de onvolmaaktheid van het menselijk bestaan duidelijk maakt. Het is het gevolg van lijden en van onrechtvaardigheid. Van de andere kant is armoede ook duidelijk verbonden met de navolging van Christus, die zelf niets had (vgl. Lc. 9, 58) en die zijn leerlingen uitzendt in armoede als Hij hen opdraagt niets mee te nemen bij de verkondiging van het Evangelie.

In dit nummer van Communio zullen verschillende aspecten van de armoede bij elkaar komen: er zal vooral worden ingegaan op de armoede als een belangrijke waarde in het Evangelie en het geloof, en in de religi- euze traditie van de Kerk. Tegelijkertijd komt hierbij ook de moeilijkheid van armoede aan bod en zal duidelijk worden dat het steeds gaat om een uitdaging. In een eerste artikel bestudeert Ron van den Hout op welke ma- nier de armen een plaats hebben in het bijbelboek Spreuken. De armen hebben altijd een bijzondere plaats in Gods liefdevolle zorg. Met een blik op het Nieuwe Testament bespreekt Joke Brinkhof vervolgens de plaats van de armoede in de zogenaamde Veldrede bij Lucas. De zaligsprekingen geven aan de armen niet alleen de hoop op redding uit de ellende, maar ze wordt zelfs tot voorwaarde voor een veel grotere belofte.

In deze zin heeft de armoede in het christendom en in verschillende religieuze tradities altijd een bijzondere plaats gehad. Bijzonder verhelde- rend zijn daarbij de bijdragen van Jan van den Eijnden en van abt Gerard Mathijsen over respectievelijk religieuze armoede en de armoede bij Be- nedictus. Voor kloosterlingen die Christus op een bijzondere manier na- volgen door middel van de religieuze raden, is de armoede een onmisbaar onderdeel van hun leven en hun spiritualiteit. In de regel van Benedictus, die voor tal van andere religieuze regels de grondslag vormt, komt dit dui- delijk tot uitdrukking. Het is tevens een concrete wijze om te zijn als de eerste christenen die alles aan de voeten van de apostelen legden en alles gemeenschappelijk hadden (vgl. Hand. 2, 44). Zo wordt de bezitsloosheid juist tot een rijkdom.

Deze armoede die door Christus is geïnspireerd wordt tot een nastre- venswaardig iets. Kardinaal Gerhard Ludwig Müller herkent de armoede dan ook als een uitdaging voor de Kerk. Het is de wereldse rijkdom die van God afleidt en daarom tot een bedreiging wordt. In een belangrijke synthese brengt pater Eduard Kimman, tenslotte, de verschillende aspec- ten van armoede en rijkdom bij elkaar.

Dit tweede nummer wordt besloten met twee bijdragen die buiten het eigenlijke thema staan, maar toch ook niet helemaal los ervan kunnen worden gezien. Tim Schilling geeft namelijk in een bijdrage over de per- soonlijke relatie met Christus de voorwaarde aan om de armoede als een positieve waarde te zien. Broeder Johan te Velde spreekt vervolgens over de verschillende manieren waarop men in de actualiteit tegen de Kerk kan en moet aankijken. De zogenaamde ‘heilige rest’ wordt vaker als term gebruikt voor de kleiner wordende realiteit van het Godsvolk, maar er valt veel de zeggen over de opportuniteit van deze Bijbelse uitdrukking.

Moge dit nummer de navolging van Christus ook in het aspect van de armoede in het licht plaatsen. De redactie wenst u veel leesplezier!

Namens de redactie,

Dr. Lambert Hendriks